đ§Œ . âDe Grote Bubbelbad-ontsnappingâ
Op een zonnige zaterdagochtend liepen Beertje en Emma nietsvermoedend door de tuin, hun neusjes hoog in de lucht. De vogels zongen, de bloemen bloeiden⊠en er hing een bijzondere geur in de lucht.
âWat is dĂĄt voor geur?â vroeg Emma nieuwsgierig, terwijl ze met haar pootjes in het gras trippelde.
âHet ruikt naar⊠zeep? En iets⊠fris,â snuffelde Beertje.
Ze volgden hun neuzen tot aan het huis van de buurvrouw, mevrouw Van der Plons. Ze was bekend om haar liefde voor wellness en had sinds kort een nieuw bubbelbad in de tuin. En vandaag â hoorden ze haar roepen â was het tijd voor een âontspanningsdagje met lavendelgeur, zeepsop en komkommers op de ogenâ.
Toen ze stiekem door het tuinhekje gluurden, zagen ze het: een gigantisch bubbelbad, vol schuim, glitterballen, opblaaseenden en⊠niemand in de buurt.
âZullen weâŠ?â fluisterde Beertje.
Emma knikte al. âAlleen héél even.â
Ze sprongen erin.
PLOF.
PLOEF.
PLONS.
Het bubbelbad borrelde en gierde van plezier. Emma zwom achter een schuimberg aan, Beertje dook onder een opblaaslama. Het was heerlijk!
Maar toen⊠hoorden ze een klik.
De automatische deksel begon langzaam dicht te schuiven!
âWAAAH!â piepte Beertje. âDekselalarm! We zitten straks opgesloten!â
Emma klom op de rand en probeerde met haar pootjes het schuifmechanisme tegen te houden. âHelp! We moeten ontsnappen vóórdat we in een zeepbubbel gevangen zitten!â
Samen begonnen ze aan De Grote Bubbelbad Ontsnapping.
-
Emma vond een opblaaseend en gebruikte hem als surfplank.
-
Beertje blies in een leeg zeepflesje waardoor hij als raket omhoog schoot.
-
Met een sierlijke boog vlogen ze allebei uit het bubbelbad â nĂ©t op tijd voordat de deksel KLAP dichtviel!
Ze rolden piepend van het lachen door de bloemen. Hun vacht zat onder de bellen, hun neuzen roken naar rozenwater en lavendel.
Op dat moment kwam mevrouw Van der Plons aanlopen, met haar handdoek en komkommers.
Ze keek verbaasd naar het schuimende pad dat leidde naar de heg.
âWat gek,â mompelde ze. âIk dacht dat ik de eenden binnen had gelatenâŠâ
Beertje en Emma stoven giechelend weg. âBeloofd,â zei Beertje. âVolgende keer blijven we droog.â
âBeloofd,â grijnsde Emma. âOf⊠misschien nog één keertje bubbelen?â
Einde.





