Er was eens, in een huis vol kussens en knuffels, een kleine maar machtige heerser: Koning Beertje van het Koninkrijk Knaagbal.
Zijn troon stond niet in een kasteel, maar op een zacht tapijt naast de bank. Zijn volk bestond uit piepende muisjes, pluizige draken en รฉรฉn mysterieuze knuffel-aubergine die hij streng doch rechtvaardig bestuurde.
Elke ochtend inspecteerde hij zijn rijk, zijn pluimstaart hoog in de lucht. Geen hoek bleef ongecontroleerd, geen kruimel bleef onaangeroerd.
Voor een brokje gaf hij audiรซntie.
Voor een knuffel โ een koninklijke lik.
En als de avond viel, en zijn volk tot rust kwam, kroop Koning Beertje op schoot bij zijn mensen. Want zelfs de grootste koningen weten:
liefde is het mooiste wat er is om over te heersen.





